Parawhy?

Terwijl de meeste reizigers blijven hangen op de stranden van Brazilië, het bruisende Rio ontdekken, Buenos Aires onveilig maken, gekke foto’s maken op de zoutvlakte Salar de Uyuni en betoverd worden door Machu Picchu, de Iguazu watervallen of één van de andere wonderen van Zuid-Amerika, blijft 1 klein landje in het midden van het continent onbezocht en onbesproken. Vraag een willekeurig persoon wat hij weet van Paraguay en hij zal je vrij weinig kunnen vertellen. Je krijgt alleen de vraag waarom je hier in godsnaam naar toe wilt.

Wat weet ik eigenlijk van Paraguay? Dat de hoofdstad Asunción heet. Dat dit het enige land is in Zuid-Amerika dat niet aan zee ligt. Dat ze een voetbalteam hebben dat wel eens meedoet op kampioenschappen. Dat dit zelfde voetbalteam een verdediging heeft die, zoals mijn vader het treffend verwoordt, uit ‘slagers’ bestaat (ik quote: ‘daar zou Ajax er een paar van moeten hebben). Dat het verhaal gaat dat veel nazi’s zich daar verstopt hebben na de oorlog. En daar houd mijn kennis wel een beetje op. De Lonely Planet kon me ook niet heel veel informatie geven, er is namelijk geen reisboek over Paraguay geschreven en het land krijgt maar een schamele 33 pagina’s toegewezen in het grote Zuid-Amerika boek. Reden voor mij om af te reizen naar dit onbekende land om het eens grondig te inspecteren.

Via het lelijke elektronica-paradijs Cuidad del Este, op de grens met Brazilië en Argentinië, en het platteland waar de gaucho’s heersen, kwam ik aan in de hoofdstad Asunción, door de Lonely Planet beschreven als één van de meest aangename hoofdsteden in Zuid-Amerika met een verrassend historisch centrum. Het klonk als een onontdekt pareltje dat wordt overschaduwd door de wereldsteden Buenos Aires en Rio de Janeiro in de buurlanden. Mijn eerste indruk van Asunción deed geen eer aan deze beschrijving. Lelijke betonnen gebouwen, veel winkels en shopping malls, en veel verkeer met bijbehorende uitlaatgassen. Maar, zo dacht ik, dit zijn alleen de buitenwijken en het historische centrum is vast mooier.

Het platteland van Paraguay

Het platteland van Paraguay

Vol goede moed liep ik de volgende dag richting het historische centrum dat was aangeduid op de kaart, maar hoever ik ook liep, geen historisch centrum te bekennen. Wel een paar ‘wat mooiere’ gebouwen, op loopafstand van elkaar, zoals het Pantheon met de graven van oorlogshelden, het regeringsgebouw en het onafhankelijkheidsmuseum, maar voor de rest lelijke, slecht onderhouden flats en stinkende bussen. Wat wel weer leuk is aan Asunción zijn de restaurants. Die zijn verrassend goed, trendy, goedkoop en sommige zijn 24 uur per dag geopend. Bij de goedkopere lokale restaurants zit iedereen aan een bar en bestelt het menu van de dag, dat veelal uit soep, vlees, aardappels, op allerlei manieren bereid (tortilla, aardappelsalade, etc,) en een mierzoet toetje bestaat. Geen groente te bekennen en vrij vet, maar wel smakelijk om een keer te proberen. Nog een leuke bijkomstigheid is dat, ondanks het gebrek aan toerisme, er verrassend veel mensen Engels spreken en erg vriendelijk zijn.

Eén van de weinige mooie gebouwen in Asunción, het Pantheon

Eén van de weinige mooie gebouwen in Asunción, het Pantheon

De musea in Asunción zijn een aparte belevenis. Zo ging ik naar een museum in het voormalige regeringsgebouw en verwachtte ik meer te leren over de politieke geschiedenis van Asunción en Paraguay, echter werd ik eerst door een zaal geleid met speelgoed, om daarna door 3 zalen te lopen die gewijd waren aan jassen van bekende Italiaanse designers als Versace. Wat die jassen daar deden en door wie ze zijn gedragen is me nog steeds niet duidelijk. Er zou ook een zaal moeten zijn met Paraguayaanse kunst, maar die heb ik nooit gevonden. Wat opvallend is, is dat ik de enige bezoeker was op dat moment, maar dat er per zaal 3 medewerkers stonden om vragen te beantwoorden. Je kwam de zaal nog niet binnen of ze stormden op je af en vroegen of je vragen had. Erg grappig. Ze verveelden zich waarschijnlijk dood.

Mooi huisje in Areguá, waar de welgestelden uit Asunción hun weekend doorbrengen

Mooi huisje in Areguá, waar de welgestelden uit Asunción hun weekend doorbrengen

Aangezien Asunción een beetje tegenviel besloot ik een bus te nemen naar het plattelandsstadje Areguá, dat aan een meer gelegen is. Dit is een populaire weekendbestemming voor de welgestelden uit Asunción en dat is goed te zien aan de mooie, ruime villa’s en felgekleurde bloemenstruiken langs de weg. Ik kan me goed voorstellen hoe gezinnen hun weekend doorbrengen in het recreatiegebied, boottochtjes maken naar de stadjes aan de andere kant van het meer en lekker eten in één van de vele restaurantjes in het stadje. Naast Paraguayanen is er geen andere nationaliteit te bekennen.

De kerk van Areguá

De kerk van Areguá

Dit gebrek aan inkomend toerisme en toeristische infrastructuur, zoals openbaar vervoer, nekte me bij het vervolg van mijn reis door Paraguay. Volgens de Lonely Planet en de Paraguayanen in mijn hostel zijn de natuurparken de mooiste bezienswaardigheden van het land. Ze worden zelfs benoemd tot één van de beste plekken in Zuid-Amerika om wildlife en vogels te spotten. En waar de meeste natuurparken in Zuid-Amerika overgelopen worden door hordes toeristen, heb je de natuur in Paraguay bijna helemaal voor jezelf. Echter door de toeristische desinteresse is er geen bus die ernaartoe gaat. Je bent afhankelijk van een eigen auto, een toerbedrijf die dure meerdaagse reizen aanbiedt of je kunt een bus pakken naar het dichtstbijzijnde dorpje en 5 kilometer wandelen naar de ingang van het natuurgebied. Voor mij waren geen van deze mogelijkheden erg aantrekkelijk, dus ik besloot daarom de parken over te slaan en mijn tijd en geld te bewaren voor andere mooie natuurgebieden in Argentinië en Chili.

Daarnaast heb je de mogelijkheid om het noorden van Paraguay te bezoeken, de Chaco. Je kunt het land in tweeën opsplitsen: Het groene zuiden en het droge, steppeachtige noorden, genaamd de Chaco. Ondanks de droogte herbergt dit gebied vele dieren en planten, waarvan sommige alleen hier voorkomen door het unieke klimaat en ecosysteem. Ook is dit de woonplaats van een aantal groepen Platduits-talige Mennonieten, die in de vorige eeuw hiernaartoe zijn getrokken vanuit Canada, Rusland en Duitsland. Paraguay was in die tijd verwikkeld in een oorlog met Argentinië, Brazilië en Uruguay – onder andere om het grondgebied van de Chaco – en voor hen was het prettig als dit dunbevolkte gebied bewoond werd door buitenlanders, zodat de vijand het niet zo snel zou aanvallen. In ruil hiervoor kregen de Mennonieten de vrijheid om hun levensstijl en taal uit te oefenen, wat in Europa en Noord-Amerika steeds lastiger voor ze werd. De Mennonieten kun je vergelijken met de Amish in de Verenigde Staten. Ze leven heel simpel, zonder elektriciteit, auto’s en andere apparaten die het leven makkelijker maken. Vervoer gaat per paard en wagen en ze verdienen de kost met landbouw, veeteelt en handwerk, dat ze onderling ruilen of verkopen op de markt in een grote stad. Hoofdtaal is nog steeds Platduits, een oude versie van de Duitse taal, al kunnen steeds meer mensen ook Spaans, en hun geloof in God staat centraal in het leven. De oprichter van de Mennonietenbeweging was een Fries, Menno Simons, wat verklaart dat je hier veel Nederlandse namen, als Friesen, Hildebrandt, Dirksen en Martens, tegenkomt. Dit blijft zo, aangezien ze alleen binnen hun gemeenschap mogen trouwen. Het zijn vaak grote families met veel kinderen, want anticonceptie is uiteraard uit den boze.

Nu is de droge Chaco niet het meest ideale gebied om landbouw en veeteelt uit te oefenen en de Mennonieten hadden het dan ook erg zwaar in het begin van hun verblijf, maar door hun discipline, doorzettings- en aanpassingsvermogen wonen ze nog steeds in dit gebied en geeft Paraguay ze nog steeds de vrijheid om te leven zoals ze leven. Je kunt de Mennonietenkolonies, zoals Menno, Fernheim, Neuland, Friesland en Volendam, bezoeken, maar het zijn geen toeristenattracties, zoals sommige  van de Amish dorpen in de Verenigde Staten. Ik heb er over gedacht om een kolonie te bezoeken omdat ik meer wilde weten over de Mennonieten, maar het vooruitzicht van de 9 uur durende hobbelige busrit, dure accommodatie (want geen concurrentie) en gebrek aan andere toeristen en lokaal (bus)vervoer, hield me tegen, aangezien je echt in de middle of nowhere bent. Eenzaamheid lonkte en daar had ik geen zin in.

Een plaats die gelukkig wel makkelijk per openbaar vervoer te bereiken is en zeker de moeite waard om te bezoeken is Encarnación. Deze stad heeft zich als doel gesteld om de nieuwe Rio de Janeiro te worden. Een erg optimistisch (en wellicht onrealistisch) doel, dacht ik zo, aangezien Rio bijna onevenaarbaar is. Encarnación ligt wel aan het water, de rivier die Paraguay van Argentinië scheidt, maar heeft geen kilometerlange stranden, de omgeving haalt het niet bij de spectaculaire ligging van Rio, het carnaval is lang niet zo bekend bij toeristen, het is veel kleiner, de stad heeft een gebrek aan historische gebouwen, heeft lang niet de charme die Rio uitstraalt, om over de (straat) feesten maar niet te beginnen. Echter, na een paar dagen rondstruinen kwam ik achter een aantal dingen die de stad wél heeft. Namelijk een gloednieuw opgespoten rivierstrand, compleet met goedkope, gezellige strandtenten en boulevard waar de locals sporten, struinen en flaneren. ’s Avonds is dit ‘the place to be’ en komen de mensen, jong en oud, samen om bij te kletsen, een drankje te drinken, heerlijke Paraguayaanse kebab te eten en om van de prachtige zonsondergang te genieten. De zonsondergang is, naar mijn mening, zelfs spectaculairder dan in Rio! Kan ook aan mijn spotgoedkope 0,7 liter mojito liggen, waar ik van nipte terwijl de zon onder ging. Ook is de gemeente bezig om de Sambodrome, waar de carnavalsoptocht plaatsvind, uit te breiden en de Lonely Planet heeft Encarnacion al benoemd tot één van de beste plaatsen om het carnavalsfeest te vieren. Een goedkoper en veiliger alternatief voor Rio of Salvador. Nee, die vergelijking met Rio is zo slecht nog niet.

Mooie zonsondergang in Encarnación

Naast de Mennonieten hebben ook de Jezuïeten hun koloniale sporen achtergelaten in Paraguay, welke je gemakkelijk per bus kunt bezoeken vanuit Encarnación. In tegenstelling tot de Mennonieten en Spanjaarden, hadden de Jezuïeten zich wel aangepast aan de lokale cultuur en maakten ze zich de Spaanse en indiaanse Guarani-taal meester. Na een tijdje moesten ze Zuid-Amerika verlaten en bleven de huizen en kerken onbeheerd achter, waardoor het nu ruïnes zijn. Deze ruïnes zijn verspreid rond het grensgebied van Argentinië en Paraguay, en kunnen in beide landen bezocht worden. Ik ging naar de Paraguayaanse ruïnes van Trinidad en Jesús. Ze staan beide op de UNESCO Werelderfgoedlijst, maar waar andere plaatsen op deze lijst overspoelt worden met toeristen, bijvoorbeeld Machu Picchu, was ik hier als enige. Het is wat mij betreft het culturele hoogtepunt van Paraguay, wat niet zo lastig is gezien het gebrek aan cultureel erfgoed in de steden.

Jezuïeten nederzetting van Trinidad

Jezuïeten nederzetting van Trinidad

Als je avontuurlijk bent ingesteld, een natuurliefhebber bent, bij voorkeur met een partner/groep reist, een auto tot je beschikking hebt of geen bezwaar hebt tegen lange hobbelige busritten en gebrek aan toeristische infrastructuur, dan valt er veel te ontdekken in Paraguay en kun je je makkelijk een paar weken vermaken. Voor mij was een week genoeg en ik heb me zeker vermaakt, maar het heeft mijn verwachtingen niet overtroffen. Wellicht als ik van de gebaande paden was afgegaan, dat dit wel was gebeurt, maar daar heb ik niet voor gekozen. Ik ben weer een stukje wijzer geworden over Paraguay en zijn inwoners, en ga met een tevreden gevoel naar Argentinië en Uruguay!

Mijn locatie Asuncion, Asunción Capital District, Paraguay.

3 reacties op “Parawhy?

  1. Hoi Anne, Weer een leuk verhaal en leerzaam bovendien. Wat weten wij, Nederlanders, nu over Paraguay? Ik tenminste erg weinig. Je schrijft inderdaad op een leuke manier, wat meteen boeit. Ben benieuwd naar je schrijven over Uruguay, etc.
    Goeie reis en tot skyps. Mam

  2. Hoi Anne, Fijn weer wat van je te horen. Ik vind het wel grappig dat je een land bezoekt waar niets zoveel van bekent is. Ook al blijkt, dat er niet zoveel bijzondere dingen te zien zijn. Van je verhaal steken wij nog wat op en genieten van de manier van schrijven, het lijkt wel een boek, zo vlot leest het.
    Geniet verder van je nieuwe omgeving, en denk aan jezelf. Groetjes Nel en Frans.

  3. Hoi hoi Nicht, ” Breda, 4 december, 06:23, al liggend in mijn warme bedje, kopje koffie erbij lees ik je reisverslag van Paraquay. Ti’s -1 hier, het slaapkamer raam staat op een kiertje en ik voel heel af en toe die ijzige lucht tot aan mijn gezicht zweven. Brrrrr ti’s koud! Langzaam lees ik verder, regeltje voor regeltje. Wat geniet ik weer van de manier waarop je schrijft, heerlijk. En zo kreeg de koude donker ochtend een vrolijk warm begin. En zoals ik tegen Maurice zei: dit wordt mijn nieuwe ritueel. S morgens vroeg met een bakkie in bed Anne’s spannende verhalen lezen! Geniet verder mop, ik lig klaar voor de volgende verhalen. -X-

Reacties zijn gesloten.