Vakantie in Uruguay

Na weken onderweg te zijn wordt het reizen je wel eens te veel. Het steeds in- en uitpakken van je backpack, het zeulen met zware tassen, het constant moeten beslissen waar je naartoe gaat en wat je gaat doen, het steeds weer ontmoeten en afscheid nemen van mensen, steeds weer dezelfde vragen aanhoren en het vertellen van dezelfde verhalen over waar je bent geweest en waar je naartoe gaat. Je wordt er moe van. Als je dit punt hebt bereikt, dan weet je dat het tijd is voor vakantie. Even helemaal weg van alles, de frisse buitenlucht in, naar een plaats waar niet veel mensen komen, waar geen internet is, geen tv, niet te veel prikkels. Zo’n plaats heb ik gevonden in Uruguay; het kleinste Spaanstalige land van Zuid-Amerika, ingeklemd tussen giganten Brazilië en Argentinië, en vooral bekend als het land van Luis Suárez, vlees en gaucho’s.

De vuurtoren en oude binnenstad van Colonia del Sacramento

De vuurtoren en oude binnenstad van Colonia del Sacramento

Vanuit wereldstad Buenos Aires gaat er een ferry naar het pittoreske stadje Colonia del Sacramento in Uruguay, dat aan de overkant van de Rio del Plata in Uruguay gelegen is. Dit stadje, gebouwd door de Portugezen, is zo klein dat je het in een paar uur hebt gezien en wordt vaak als dagtocht aangedaan door toeristen uit Buenos Aires. Ik had iets anders in gedachten. Na een paar uur door Colonia gestruind te hebben, nam ik de bus naar Colonia Valdense, een dorp in het mooie binnenland. Aldaar stond een taxi op mij te wachten die me naar mijn oase van rust, Estancia El Galope, bracht. Deze ranch ligt prachtig tussen de weilanden, waar de koeien en paarden op hun gemakje staan te grazen. Ik werd warm welkom geheten door Monica en Miguel, de eigenaren van de ranch, en al gauw stond er een heerlijke kaasfondue op tafel met salade uit eigen tuin, zelfgebakken brood en door de buren geproduceerde wijn en olijfolie. Een beter begin kon ik me niet wensen! Ook het tafelgezelschap was vermakelijk en aangezien er geen tv en internet was, kwamen we de uren door met ouderwets gezellige spelletjes en goede gesprekken bij het haardvuur. Dit is zeldzaam, want sinds het WiFi tijdperk lijken de meeste backpackers meer tijd te besteden aan hun computer en telefoon, dan aan hun medereizigers.

Estancia El Galope, rust en een prachtig uitzicht over de weilanden vanaf de veranda

Estancia El Galope, rust en een prachtig uitzicht over de weilanden vanaf de veranda

Wijn, heerlijk eten en goed gezelschap in Estancia El Galope

Wijn, heerlijk eten en goed gezelschap in Estancia El Galope

Na een heerlijk rustige nacht stonden er de volgende morgen een aantal paarden tot onze beschikking en na een korte paardrijles verkenden we, onder begeleiding van gaucho Miguel, het Uruguayaanse platteland en de Zwitserse kolonie waarin de ranch gelegen is. Na al dat intensieve gehobbel en gestuiter verdienden mijn billetjes wel wat rust en gelukkig werd hier rekening mee gehouden, want de sauna van de estancia werd gereedgemaakt voor een urenlange ontspansessie. Dat was wel nodig ook, want mijn billen stond alweer een nieuwe uitdaging te wachten: een fietstocht. En niet zomaar een fietstocht, maar één die heuvel op en af ging over hobbelige zandweggetjes én op de meest gammele fiets die ik ooit heb gezien, aangezien mijn zadel steeds achterover viel. De bestemming: Nueva Helvetica, oftewel Nieuw Zwitserland. Een dorp waar veel Zwitserse immigranten wonen, waar de straten Duitse namen hebben als Frau Vogel en waar de kerk je meer aan Europa dan aan Zuid-Amerika doet denken. Ondanks dat ik mezelf rust voorgeschreven had, waren dit weer leuke, maar intensieve dagen, dus was ik voor het eerst in mijn leven blij dat het 2 dagen stortregende. Nu had ik een excuus om even lekker helemaal niets te doen, bij het haardvuur te zitten lezen, muziek te luisteren en spelletjes te spelen.

De 'Zwitserse' kerk van Nueva Helvetica

De ‘Zwitserse’ kerk van Nueva Helvetica

Ondertussen was er ook een Frans koppel gearriveerd, Marielle en Eric, die sinds kort in de hoofdstad Montevideo wonen. Dat zij met de auto waren gekomen pakte voor mij goed uit, want ze boden aan om me naar mijn hostel in Montevideo te rijden. Dit hostel bleek volgeboekt en zo kwam het dat ik mijn eerste couchsurf ervaring had op mijn reis, bij Marielle en Eric thuis. Ze waren ontzettend gastvrij; namen me mee naar een etentje bij hun vrienden, reden me van hot naar her om de stad te verkennen, leenden me een fiets zodat ik langs het strand over de Rambla boulevard kon rijden, waar veel inwoners van Montevideo in het weekend samenkomen om te sporten en te relaxen, en kookten heerlijke diners en lunches. Bovendien was ik even in een huiselijke omgeving en kon ik lekker in mijn kloffie op de bank tv kijken, zonder dat er iemand raar opkijkt.

Het mooiste plein in Montevideo

Het mooiste plein in Montevideo

Marielle en Eric hadden vakantie, dus als ik er even op uit wilde, hoefde ik maar een gil te geven en de auto werd de garage uitgereden. Zo zijn we naar het centrum van Montevideo gegaan om alle bezienswaardigheden te bekijken en hebben we geluncht in de Mercado del Puerto, een omgebouwde stationshal waar nu tientallen restaurantjes gevestigd zijn die vooral heel veel vlees van de grill serveren. De Uruguayanen zijn de grootste vleeseters ter wereld, met een aardig gemiddelde van 90 kg per persoon per jaar. Wij kwamen aardig in de buurt van dit gemiddelde met onze parilla; een pan vol met vlees, zoals bloedworst, darmen, speklapjes biefstuk en gegrilde kip. De eerste twee heb ik maar aan de Fransen overgelaten, aangezien ze in Frankrijk wel vaker ‘aparte’ vleessoorten op het menu hebben staan, maar van de biefstuk en kip heb ik heerlijk gesmuld!

Onze gigantische parilla

Onze gigantische parilla

Nog een aantal opvallende dingen die ik in Montevideo ben tegengekomen: iedereen drinkt mate, een kruidige, sterke thee die een opwekkend effect heeft. De theeblaadjes worden in een rond ijzeren/leren bekertje gestopt, men doet er heet water bij uit de thermoskan en de thee wordt gedronken met een ijzeren rietje die de theeblaadjes tegenhoudt. Een opvallend gezicht, aangezien werkelijk iedereen met een thermoskan onder de oksel loopt en de drinkbeker met rietje in de hand. Een dag zonder mate is een dag niet geleefd. Persoonlijk vind ik het niet om weg te krijgen. Ook wordt marihuana hier binnenkort gelegaliseerd, waardoor je straks de rare combinatie krijgt van de verkwikkende mate en de loom makende joints. Ik ben benieuwd hoe dat gaat uitpakken.

Niet mijn foto, maar een goed voorbeeld van een gemiddelde Uruguayaanse mate drinker

Niet mijn foto, maar een goed voorbeeld van een gemiddelde Uruguayaanse mate drinker

Ondanks dat Uruguay dus een vrij modern en progressief land is, wordt het vuilnis nog steeds opgehaald met paard en wagen, lijken ze op de radiozenders te zijn blijven hangen in de jaren 80 en vond ik op een maandagmorgen midden op straat 2 dode kippen omringt met popcorn. Je zou denken dat ze per ongeluk van een veewagen waren gevallen, al is de popcorn een beetje vreemd, maar een paar dagen later vond Marielle nog een dode kip, dit keer omringt door fruit. Na uitgebreid onderzoek vertelde ze me later dat dit een ritueel was om de goden, of God, te vereren.

Met Marielle en Eric (rechts)

Met Marielle en Eric (rechts)

Uruguay, een mooi land met een aantal ongewone gebruiken, maar vooral mijn oase van huiselijke rust en onbegrensde gastvrijheid. Het was niet hetzelfde geweest als ik Monica, Miguel, Marielle en Eric niet had ontmoet. Waarschijnlijk had ik het land dan, net als veel andere toeristen, veel te snel bereisd en beoordeeld. Na deze anderhalve week vakantie ben ik weer helemaal opgeladen om aan mijn reis door het ruige Patagonië te beginnen.

Mijn locatie .

Parawhy?

Terwijl de meeste reizigers blijven hangen op de stranden van Brazilië, het bruisende Rio ontdekken, Buenos Aires onveilig maken, gekke foto’s maken op de zoutvlakte Salar de Uyuni en betoverd worden door Machu Picchu, de Iguazu watervallen of één van de andere wonderen van Zuid-Amerika, blijft 1 klein landje in het midden van het continent onbezocht en onbesproken. Vraag een willekeurig persoon wat hij weet van Paraguay en hij zal je vrij weinig kunnen vertellen. Je krijgt alleen de vraag waarom je hier in godsnaam naar toe wilt.

Wat weet ik eigenlijk van Paraguay? Dat de hoofdstad Asunción heet. Dat dit het enige land is in Zuid-Amerika dat niet aan zee ligt. Dat ze een voetbalteam hebben dat wel eens meedoet op kampioenschappen. Dat dit zelfde voetbalteam een verdediging heeft die, zoals mijn vader het treffend verwoordt, uit ‘slagers’ bestaat (ik quote: ‘daar zou Ajax er een paar van moeten hebben). Dat het verhaal gaat dat veel nazi’s zich daar verstopt hebben na de oorlog. En daar houd mijn kennis wel een beetje op. De Lonely Planet kon me ook niet heel veel informatie geven, er is namelijk geen reisboek over Paraguay geschreven en het land krijgt maar een schamele 33 pagina’s toegewezen in het grote Zuid-Amerika boek. Reden voor mij om af te reizen naar dit onbekende land om het eens grondig te inspecteren.

Via het lelijke elektronica-paradijs Cuidad del Este, op de grens met Brazilië en Argentinië, en het platteland waar de gaucho’s heersen, kwam ik aan in de hoofdstad Asunción, door de Lonely Planet beschreven als één van de meest aangename hoofdsteden in Zuid-Amerika met een verrassend historisch centrum. Het klonk als een onontdekt pareltje dat wordt overschaduwd door de wereldsteden Buenos Aires en Rio de Janeiro in de buurlanden. Mijn eerste indruk van Asunción deed geen eer aan deze beschrijving. Lelijke betonnen gebouwen, veel winkels en shopping malls, en veel verkeer met bijbehorende uitlaatgassen. Maar, zo dacht ik, dit zijn alleen de buitenwijken en het historische centrum is vast mooier.

Het platteland van Paraguay

Het platteland van Paraguay

Vol goede moed liep ik de volgende dag richting het historische centrum dat was aangeduid op de kaart, maar hoever ik ook liep, geen historisch centrum te bekennen. Wel een paar ‘wat mooiere’ gebouwen, op loopafstand van elkaar, zoals het Pantheon met de graven van oorlogshelden, het regeringsgebouw en het onafhankelijkheidsmuseum, maar voor de rest lelijke, slecht onderhouden flats en stinkende bussen. Wat wel weer leuk is aan Asunción zijn de restaurants. Die zijn verrassend goed, trendy, goedkoop en sommige zijn 24 uur per dag geopend. Bij de goedkopere lokale restaurants zit iedereen aan een bar en bestelt het menu van de dag, dat veelal uit soep, vlees, aardappels, op allerlei manieren bereid (tortilla, aardappelsalade, etc,) en een mierzoet toetje bestaat. Geen groente te bekennen en vrij vet, maar wel smakelijk om een keer te proberen. Nog een leuke bijkomstigheid is dat, ondanks het gebrek aan toerisme, er verrassend veel mensen Engels spreken en erg vriendelijk zijn.

Eén van de weinige mooie gebouwen in Asunción, het Pantheon

Eén van de weinige mooie gebouwen in Asunción, het Pantheon

De musea in Asunción zijn een aparte belevenis. Zo ging ik naar een museum in het voormalige regeringsgebouw en verwachtte ik meer te leren over de politieke geschiedenis van Asunción en Paraguay, echter werd ik eerst door een zaal geleid met speelgoed, om daarna door 3 zalen te lopen die gewijd waren aan jassen van bekende Italiaanse designers als Versace. Wat die jassen daar deden en door wie ze zijn gedragen is me nog steeds niet duidelijk. Er zou ook een zaal moeten zijn met Paraguayaanse kunst, maar die heb ik nooit gevonden. Wat opvallend is, is dat ik de enige bezoeker was op dat moment, maar dat er per zaal 3 medewerkers stonden om vragen te beantwoorden. Je kwam de zaal nog niet binnen of ze stormden op je af en vroegen of je vragen had. Erg grappig. Ze verveelden zich waarschijnlijk dood.

Mooi huisje in Areguá, waar de welgestelden uit Asunción hun weekend doorbrengen

Mooi huisje in Areguá, waar de welgestelden uit Asunción hun weekend doorbrengen

Aangezien Asunción een beetje tegenviel besloot ik een bus te nemen naar het plattelandsstadje Areguá, dat aan een meer gelegen is. Dit is een populaire weekendbestemming voor de welgestelden uit Asunción en dat is goed te zien aan de mooie, ruime villa’s en felgekleurde bloemenstruiken langs de weg. Ik kan me goed voorstellen hoe gezinnen hun weekend doorbrengen in het recreatiegebied, boottochtjes maken naar de stadjes aan de andere kant van het meer en lekker eten in één van de vele restaurantjes in het stadje. Naast Paraguayanen is er geen andere nationaliteit te bekennen.

De kerk van Areguá

De kerk van Areguá

Dit gebrek aan inkomend toerisme en toeristische infrastructuur, zoals openbaar vervoer, nekte me bij het vervolg van mijn reis door Paraguay. Volgens de Lonely Planet en de Paraguayanen in mijn hostel zijn de natuurparken de mooiste bezienswaardigheden van het land. Ze worden zelfs benoemd tot één van de beste plekken in Zuid-Amerika om wildlife en vogels te spotten. En waar de meeste natuurparken in Zuid-Amerika overgelopen worden door hordes toeristen, heb je de natuur in Paraguay bijna helemaal voor jezelf. Echter door de toeristische desinteresse is er geen bus die ernaartoe gaat. Je bent afhankelijk van een eigen auto, een toerbedrijf die dure meerdaagse reizen aanbiedt of je kunt een bus pakken naar het dichtstbijzijnde dorpje en 5 kilometer wandelen naar de ingang van het natuurgebied. Voor mij waren geen van deze mogelijkheden erg aantrekkelijk, dus ik besloot daarom de parken over te slaan en mijn tijd en geld te bewaren voor andere mooie natuurgebieden in Argentinië en Chili.

Daarnaast heb je de mogelijkheid om het noorden van Paraguay te bezoeken, de Chaco. Je kunt het land in tweeën opsplitsen: Het groene zuiden en het droge, steppeachtige noorden, genaamd de Chaco. Ondanks de droogte herbergt dit gebied vele dieren en planten, waarvan sommige alleen hier voorkomen door het unieke klimaat en ecosysteem. Ook is dit de woonplaats van een aantal groepen Platduits-talige Mennonieten, die in de vorige eeuw hiernaartoe zijn getrokken vanuit Canada, Rusland en Duitsland. Paraguay was in die tijd verwikkeld in een oorlog met Argentinië, Brazilië en Uruguay – onder andere om het grondgebied van de Chaco – en voor hen was het prettig als dit dunbevolkte gebied bewoond werd door buitenlanders, zodat de vijand het niet zo snel zou aanvallen. In ruil hiervoor kregen de Mennonieten de vrijheid om hun levensstijl en taal uit te oefenen, wat in Europa en Noord-Amerika steeds lastiger voor ze werd. De Mennonieten kun je vergelijken met de Amish in de Verenigde Staten. Ze leven heel simpel, zonder elektriciteit, auto’s en andere apparaten die het leven makkelijker maken. Vervoer gaat per paard en wagen en ze verdienen de kost met landbouw, veeteelt en handwerk, dat ze onderling ruilen of verkopen op de markt in een grote stad. Hoofdtaal is nog steeds Platduits, een oude versie van de Duitse taal, al kunnen steeds meer mensen ook Spaans, en hun geloof in God staat centraal in het leven. De oprichter van de Mennonietenbeweging was een Fries, Menno Simons, wat verklaart dat je hier veel Nederlandse namen, als Friesen, Hildebrandt, Dirksen en Martens, tegenkomt. Dit blijft zo, aangezien ze alleen binnen hun gemeenschap mogen trouwen. Het zijn vaak grote families met veel kinderen, want anticonceptie is uiteraard uit den boze.

Nu is de droge Chaco niet het meest ideale gebied om landbouw en veeteelt uit te oefenen en de Mennonieten hadden het dan ook erg zwaar in het begin van hun verblijf, maar door hun discipline, doorzettings- en aanpassingsvermogen wonen ze nog steeds in dit gebied en geeft Paraguay ze nog steeds de vrijheid om te leven zoals ze leven. Je kunt de Mennonietenkolonies, zoals Menno, Fernheim, Neuland, Friesland en Volendam, bezoeken, maar het zijn geen toeristenattracties, zoals sommige  van de Amish dorpen in de Verenigde Staten. Ik heb er over gedacht om een kolonie te bezoeken omdat ik meer wilde weten over de Mennonieten, maar het vooruitzicht van de 9 uur durende hobbelige busrit, dure accommodatie (want geen concurrentie) en gebrek aan andere toeristen en lokaal (bus)vervoer, hield me tegen, aangezien je echt in de middle of nowhere bent. Eenzaamheid lonkte en daar had ik geen zin in.

Een plaats die gelukkig wel makkelijk per openbaar vervoer te bereiken is en zeker de moeite waard om te bezoeken is Encarnación. Deze stad heeft zich als doel gesteld om de nieuwe Rio de Janeiro te worden. Een erg optimistisch (en wellicht onrealistisch) doel, dacht ik zo, aangezien Rio bijna onevenaarbaar is. Encarnación ligt wel aan het water, de rivier die Paraguay van Argentinië scheidt, maar heeft geen kilometerlange stranden, de omgeving haalt het niet bij de spectaculaire ligging van Rio, het carnaval is lang niet zo bekend bij toeristen, het is veel kleiner, de stad heeft een gebrek aan historische gebouwen, heeft lang niet de charme die Rio uitstraalt, om over de (straat) feesten maar niet te beginnen. Echter, na een paar dagen rondstruinen kwam ik achter een aantal dingen die de stad wél heeft. Namelijk een gloednieuw opgespoten rivierstrand, compleet met goedkope, gezellige strandtenten en boulevard waar de locals sporten, struinen en flaneren. ’s Avonds is dit ‘the place to be’ en komen de mensen, jong en oud, samen om bij te kletsen, een drankje te drinken, heerlijke Paraguayaanse kebab te eten en om van de prachtige zonsondergang te genieten. De zonsondergang is, naar mijn mening, zelfs spectaculairder dan in Rio! Kan ook aan mijn spotgoedkope 0,7 liter mojito liggen, waar ik van nipte terwijl de zon onder ging. Ook is de gemeente bezig om de Sambodrome, waar de carnavalsoptocht plaatsvind, uit te breiden en de Lonely Planet heeft Encarnacion al benoemd tot één van de beste plaatsen om het carnavalsfeest te vieren. Een goedkoper en veiliger alternatief voor Rio of Salvador. Nee, die vergelijking met Rio is zo slecht nog niet.

Mooie zonsondergang in Encarnación

Naast de Mennonieten hebben ook de Jezuïeten hun koloniale sporen achtergelaten in Paraguay, welke je gemakkelijk per bus kunt bezoeken vanuit Encarnación. In tegenstelling tot de Mennonieten en Spanjaarden, hadden de Jezuïeten zich wel aangepast aan de lokale cultuur en maakten ze zich de Spaanse en indiaanse Guarani-taal meester. Na een tijdje moesten ze Zuid-Amerika verlaten en bleven de huizen en kerken onbeheerd achter, waardoor het nu ruïnes zijn. Deze ruïnes zijn verspreid rond het grensgebied van Argentinië en Paraguay, en kunnen in beide landen bezocht worden. Ik ging naar de Paraguayaanse ruïnes van Trinidad en Jesús. Ze staan beide op de UNESCO Werelderfgoedlijst, maar waar andere plaatsen op deze lijst overspoelt worden met toeristen, bijvoorbeeld Machu Picchu, was ik hier als enige. Het is wat mij betreft het culturele hoogtepunt van Paraguay, wat niet zo lastig is gezien het gebrek aan cultureel erfgoed in de steden.

Jezuïeten nederzetting van Trinidad

Jezuïeten nederzetting van Trinidad

Als je avontuurlijk bent ingesteld, een natuurliefhebber bent, bij voorkeur met een partner/groep reist, een auto tot je beschikking hebt of geen bezwaar hebt tegen lange hobbelige busritten en gebrek aan toeristische infrastructuur, dan valt er veel te ontdekken in Paraguay en kun je je makkelijk een paar weken vermaken. Voor mij was een week genoeg en ik heb me zeker vermaakt, maar het heeft mijn verwachtingen niet overtroffen. Wellicht als ik van de gebaande paden was afgegaan, dat dit wel was gebeurt, maar daar heb ik niet voor gekozen. Ik ben weer een stukje wijzer geworden over Paraguay en zijn inwoners, en ga met een tevreden gevoel naar Argentinië en Uruguay!

Mijn locatie .

Nog meer natuurschoon

Dat de provincie Rio de Janeiro meer te bieden heeft dan de stad zelf is me wel duidelijk geworden. Het is dan wel een kleine provincie, maar dat maakt de bezienswaardigheden er niet minder om. Op ongeveer 2 uur rijden van de stad, langs de Costa Verde, kan je een ferry pakken naar het paradijselijke eiland Ilha Grande. Denk witte stranden, tropisch woud dat reikt tot aan de oceaan, geen auto’s, slecht werkend internet, hangmatten, kleinschalige accommodaties en lieflijke restaurantjes die de vers gevangen vis zo op je bordje leggen. Prima om lekker tot rust te komen in met een boekje in een hangmat of op een heerlijk strand.

Eén van de mooie stranden van Ilha Grande

Eén van de mooie stranden van Ilha Grande

Aangezien er geen wegen zijn, wat autoverkeer onmogelijk maakt, ben je aangewezen op de benenwagen en taxibootjes die je naar de mooiste afgelegen stranden brengen. Zo maakte ik een 3-uur durende hike door de jungle naar het Lopes Mendes strand. Bezweet, oververhit en vol muggenbeten kwam ik aan, maar het witte poederzand en de verfrissende duik in het helderblauwe water maakten alles goed. Aan het eind van de dag voeren de taxibootjes over en weer om iedereen weer veilig naar het stadje te brengen. De rest van mijn verblijf viel de regen met bakken uit de hemel, maar daardoor had ik eindelijk een excuus om helemaal niets te doen en de dag door te brengen in een hangmat. Helemaal niet verkeerd!

Lopes Mendes beach

Lopes Mendes beach

Op drie uur van Ilha Grande ligt nog een pareltje, het in mijn vorige blog genoemde Paraty. Hier hetzelfde verhaal als op Ilha Grande, maar dan met wegen en een prachtig oud centrum. Wat Paraty nog paradijselijker maakte was het ontbijt in mijn hostel. Zie het voor je: een twee meter lange tafel vol met allerlei soorten fruit, roereieren, worstjes, 3 soorten cake, 4 soorten brood, veel keus in beleg, en dat elke ochtend. Het was zo lekker dat ik me genoodzaakt voelde om rond 8:30 het eerste ontbijt te nemen en om 10:00 nog gauw een tweede rondje te maken. Ook ’s avonds zorgde de Argentijnse eigenaar Pablo voor lekker en goedkoop eten. Empanada’s, all you can eat pizza, kip met mangosaus, Argentijnse BBQ en elke avond een gigantische pan caipirinha waar je een bekertje uit kon ‘scheppen’. Na al dit lekkers moet er natuurlijk gewerkt worden en daarom ging ik mee met een kajaktocht langs de baaien rondom Paraty, wat absoluut geen straf is. Dat het ’s ochtends regende, maakte de ervaring nog magischer. Optrekkende wolken boven het regenwoud, elke minuut een groter stukje berg en woud tevoorschijn toverend, totdat de contouren van de bergen helemaal zichtbaar waren. De enige geluiden om je heen kwamen van de vele vogels die van boom tot boom vlogen en de peddels in het water. We gleden met de kajak door de mangroves, de siësta van de krabbetjes verstorend die zich op de boomstammen nestelden. Ik zag een heerlijk middagmaal voor me, maar we besloten de krabben verder met rust te laten. Na vier uur peddelen langs tropische eilanden en mooie stranden was het tijd voor een duik in een gigantische modderpoel, zo groot als 20 voetbalvelden. Het duurde eeuwig om alle modder weer van me af te spoelen, maar ik voelde me wel 10 jaar jonger.

Fun in the mud

Fun in the mud

Pablo wist ook een aantal leuke plekjes om naartoe te gaan en bracht ons naar een aantal watervallen waar je vanaf kan glijden. Gewapend met zeep en water maakte hij de ‘glijbanen’ startklaar en een voor een gleden we de koude rivier in. Ik was weer 12 jaar oud! Hoogtepunt was een vrij steile ‘glijbaan’ van zo’n 50 meter lang met her en der een heuveltje, waardoor je in een waterpoel werd gelanceerd. Heerlijk. Na een lunch van verse vis met garnalensaus bezochten we een cachaça destilleerderij en kregen we uitgebreide uitleg hoe suikerriet verandert in het sterke drankje dat caipirinha zo lekker maakt. Ik had geen idee dat er zoveel verschillende versies bestonden; van 45% alcohol tot een light versie met 11%, vaak gemixt met een smaakje als chocola, ananas, kokos en peper. Een beetje aangeschoten van de proeverij, maar voldaan na een leuke dag, zakten we in een hangmat om daar de hele avond niet meer uit te komen.

Sliden op je buik, op je kont of surfen zoals de pro's

Sliden op je buik, op je kont of surfen zoals de pro’s

De volgende dag ging ik mee met een groep Fransen die een auto hadden gehuurd. Het was namelijk heerlijk weer, een perfecte dag om naar de prachtige stranden en natuurlijke waterpoelen van Trindade te gaan, dat op 3 kwartier rijden van Paraty ligt. Je zou denken dat je gewend raakt aan mooie stranden als je er maar vaak genoeg op ligt, maar dat is niet het geval. De schoonheid blijft je verbazen en een gelukzalig gevoel geven. Zelfs het exhibitionistische gedrag van de Fransen, toen ze besloten om naakt te gaan zwemmen, kon mijn geluksmoment niet verstoren. Na hun zwemsessie liepen we, met kleren aan, naar een natuurlijke waterpoel om daar de rest van de dag door te brengen op een rots in de zon.

Me and the French (nu nog met kleren aan ;))

Me and Ze French (nu nog met kleren aan ;))

Natuurlijk zwembad in Trindade

Natuurlijk zwembad in Trindade

Ja, de Costa Verde is zeker één van de mooiste gebieden van Brazilië en samen met Rio de Janeiro een gouden combinatie. Als je maar kort de tijd hebt om Brazilië te bezoeken, dan is dit de plek om naartoe te gaan. Er rest mij nog 1 bestemming in Brazilië, voordat ik mijn reis voortzet in Argentinië, Paraguay en Uruguay: Foz de Iguaçu. Nog een natuurwonder dat Brazilië rijk is.

Mijn locatie .

Estrada Real

Het is het einde van de 17e eeuw als een Portugees het eerste brokje goud vindt in de omgeving van de hedendaagse Braziliaanse provincie Minas Gerais. Kort daarna worden hier ook diamanten en andere waardevolle mineralen gevonden, wat de start betekent van de Braziliaanse Gold Rush, een invasie van gelukzoekers in dit gebied. Om alle Portugezen, die hun geboorteland voorgoed achter hebben gelaten voor het grote fortuin, en hun slaven een huis te bieden worden er stadjes gebouwd tussen de heuvels en langs de rivieren waar het goud wordt gevonden. Tevens wordt de Estrada Real, koninklijke weg, aangelegd, een 1400 kilometer lange route die de goudstadjes in het binnenland met de kust verbindt, zodat een groot gedeelte van het goud naar Portugal kon worden verscheept.

Estrada Real

Estrada Real

Ik besloot te proeven van dit rijke verleden en nam de Estrada Real richting het bekendste stadje op deze route, Ouro Preto. In vergelijking met het drukke en hectische Rio de Janeiro waande ik me in een koloniale oase. De heuvelachtige stad telt talloze kerken, steile straatjes met goed onderhouden huizen en pittoreske pleintjes. De kerken zijn misschien wel de mooiste in heel Brazilië, vol met goud en schilderingen van beroemde Braziliaanse kunstenaars. De vroegere rijkdom straalt ervan af.

Rijk versierde kerk

Rijk versierde kerk

Ik volgde de aanwijzingen van mijn reisgids op en ga naar het Museum van de ‘Verraders’. Hier worden de martelaars geëerd van de onafhankelijkheidsbeweging die zich afzette tegen de Portugese troon – onder andere vanwege de hoge belasting die over het goud betaalt moest worden – en dit met de dood moesten bekopen. De leider van de groep, Tiradentes, werd zelfs in stukken gehakt en zijn lichaamsdelen werden naar andere goudstadjes gestuurd om mensen te waarschuwen niet in actie te komen tegen de Portugese bezetting. Het duurde uiteindelijk nog bijna 150 jaar voordat Brazilië daadwerkelijk onafhankelijk werd van Portugal, maar hier werd de eerste stap gezet.

Ouro Preto

Ouro Preto

Normaal gesproken is Ouro Preto een levendige studentenstad, maar als ik er ben, zijn de meeste studenten nog niet teruggekeerd van vakantie. Desalniettemin wordt er die avond een talentenjacht gehouden op het grootste plein van de stad en strijden verschillende live-bands om de titel. Met een drankje in de hand neem ik met een groepje van het hostel plaats op het monument van Tiradentes en bekijken we de weinig talentvolle bands, maar o zo vermakelijke mensen om ons heen. Vrouwen die proberen te lopen en dansen op hoge hakken in straten waar ik op mijn platte schoenen al moeite mee heb. Dronkenlappen die over de grond rollen en vechten met denkbeeldige demonen. Groupies die bij het podium een wedstrijd gillen houden.

Het oude centrum van Ouro Preto

Het oude centrum van Ouro Preto

De volgende ochtend neem ik een toeristenstoomtrein naar het nabijgelegen Mariana, een ander goudstadje aan de Estrada Real. De trein werd vroeger gebruikt om het goud en andere mineralen te vervoeren, en nu nemen hordes toeristen plaats in de ouderwetse treinstellen, waarvan de banken op miraculeuze wijze van zitrichting kunnen veranderen. Het spoor loopt langs mooie landschappen, rivieren en oude goudmijnen, waardoor je een goed beeld krijg van hoe het er vroeger moet hebben uitgezien. Na een uur doemen twee kathedralen aan de horizon op en komt de trein aan op het eindstation Mariana. Het stadje is kleiner dan Ouro Preto, zodat het makkelijk in 1 dag te bezoeken is. Ook hier vind je mooie kerken, kleurrijke huisjes en groene pleinen, maar het meest opvallende die dag zijn de vele met modder besmeurde mountainbikers die mee hebben gedaan aan een race. De pleinen zijn bezaaid met uitgeputte fietsers die de modderige heuvels van Minas Gerais hebben getrotseerd. Na heerlijk gegeten te hebben in een traditioneel ‘Comida Mineiro’ restaurant – dat stevig voedsel in buffetvorm serveert wat door de mijnwerkers werd gegeten – neem ik de trein terug naar Ouro Preto en ben ik net op tijd om de zonsondergang te zien, waarbij de laatste zonnestralen het oude centrum prachtig verlichten.

Het groene plein van Mariana

Het groene plein van Mariana

Laatste zonnestralen op Ouro Preto

Laatste zonnestralen op Ouro Preto

Tiradentes is het volgende dorp aan de Estrada Real wat ik aandoe en het verschilt veel van Ouro Preto en Mariana. Het doet minder koninklijk aan, is veel kleinschaliger, maar niet minder mooi. Het ligt wat zuidelijker in de provincie Minas Gerais en hoe zuidelijker je komt, des te groener de omgeving wordt. Tiradentes is levendig in het weekend, als Cariocas en Paulistas – inwoners van Rio en Sao Paulo – hun stad ontvluchten om te genieten van de rust. Doordeweeks, als ik er ben, is het echter vrij rustig en heb je de stad bijna voor jezelf. Al wandelend door de straten, is het net alsof je door een themapark loopt, het lijkt te mooi om echt te zijn. De huisjes zijn prachtig geverfd, vele bloemenbomen sieren de straten en je kijkt uit op groene, tropische bergen, zodat elke foto die je neemt een prachtig plaatje wordt. Bijna elk huis is omgetoverd tot een pousada, waardoor je een kijkje krijgt in het dagelijkse leven en het voelt alsof je thuis bent. Het is echter wel een duur plaatsje om als backpacker te verblijven, want er zijn geen hostels en low-budget restaurants. Wel zijn er een aantal supermarkten en is er een keuken in mijn pousada, dus dan maar zelf aan de slag. En een slaap- en badkamer voor mezelf is ook wel eens lekker na weken in een slaapzaal!

Pretty Tiradentes

Pretty Tiradentes

Paraty is het laatste (of eerste) stadje aan de Estrada Real. Gelegen aan zee, was dit de haven vanwaar het goud, de diamanten en de andere mineralen werden verscheept naar Portugal. Weinig stadjes kunnen de schoonheid van Paraty evenaren. Niet alleen het koloniale centrum is prachtig om te zien, ook de omgeving is betoverend. Vele eilandjes, witte stranden en groene baaien sieren de kustlijn. Hier kan je makkelijk weken verblijven, zo niet maanden of jaren. En dat is precies wat vele reizigers doen. Er is hier een relatief grote groep buitenlanders die in Paraty zijn blijven hangen en nu hostels en toeristische bedrijven runnen. Je kan hier snorkelen, kajakken, boottochten maken, hiken, fietsen, sliden van watervallen, relaxen op het strand of in een hangmat, lekker eten en de vele festivals bezoeken. Desondanks struikel je nog niet over de toeristen. Het bekendste festival in Paraty is het Literatuurfestival, maar als ik er ben is net het Paraty Latino festival aan de gang. Bands vanuit heel Latijns-Amerika treden 3 dagen op en Paraty swingt er op los.

Haven van Paraty

Haven van Paraty

Pittoresk straatje in Paraty

Pittoresk straatje in Paraty

Dat Paraty ook weet wat lekker eten is, bewijzen de Braziliaanse chefkok Yara en haar Amerikaanse man Richard, die een kookschool zijn gestart in hun prachtige oude, koloniale huis in het centrum, genaamd Academia de Cozinha e Outros Prazeres, oftewel Academie van het Koken en Andere Geneugten. Dankzij mijn lieve ouders heb ik de gelegenheid om de vrij prijzige kookcursus te volgen en uitgebreid kennis te maken met de Braziliaanse keuken waar Yara in gespecialiseerd is. Ze heeft er zelfs een boek over geschreven, The Brazilian Table (http://www.thebraziliantable.com/). Na een warm welkom in hun huis leer ik van Richard, die het vloeibare gedeelte van de avond op zich neemt, eerst het geheim om een perfecte caipirinha te maken. Daarna neemt Yara het heft in handen en samen koken we het voor- en hoofdgerecht, geïnspireerd op de keuken van de Amazone. Typische ingrediënten uit die regio die verwerkt worden in de gerechten zijn tomaat, witvis, banaan en het nationale bijgerecht farofa, licht gebakken cassavemeel, wat samen met vlees of vis wordt gegeten om de smaak ervan te accentueren. Het voorgerecht is een gevulde tomaat met farofa, gorgonzola en cashewnoten, geserveerd met waterkers. Het hoofdgerecht bestaat uit witvis met een tomatensausje, farofa en gebakken banaan, opgerold in een bananenblad en geserveerd met een gigantische garnaal. Ondertussen vloeit de wijn rijkelijk. Chileense wijn welteverstaan, want Braziliaanse wijn is afschuwelijk. Na de vis krijgen we nog een heerlijke mangosalade voorgeschoteld, die als overgang dient tussen de zoute hoofdgerechten en het zoete nagerecht, ijs van een citroenachtige vrucht uit de Amazone met maniokcrème. Als we nog een cachaça en een mintthee achter de kiezen hebben, is het inmiddels half 1 ’s nachts, en heb ik genoten van een letterlijk heerlijk avondje! Een betere afsluiter van mijn ontdekkingstocht langs de Estrada Real kan ik niet bedenken en tevens is het een goede afsluiter van mijn reis door Brazilië, want Paraty is mijn één na laatste stop voordat ik de grens oversteek naar andere oorden.

Farofa aan het maken

Farofa aan het maken

Het voorgerecht dat nog de oven in moet

Het voorgerecht dat nog de oven in moet

Het hoofdgerecht

Het hoofdgerecht



Mijn locatie .